Grids en trussen:

Het grid hangt aan het plafond. Het grid is erg belangrijk want aan het grid wordt van alles opgehangen. Bijvoorbeeld:

 

 

 

  • het achterdoek
  • de coulissen
  • de lampen
  • de rookmachine
  • de spiegelbol
  • de beamer

Er zijn regels voor de hoeveelheid gewicht dat aan een grid mag worden opgehangen maar dit hangt af van de verschillende soorten grids, de grootte van het grid, hoe het is bevestigd aan het plafond en wat voor plafond het is.

In sommige gevallen hangt het grid niet aan het plafond maar staat het op grote vierkante poten op de grond (dit zijn vaak de truss systemen).

Er zijn verschillende soorten grids:

Trussen:

Trussen worden voor veel doeleinden gebruikt. Trussen hebben een driehoeksconstructie, door die driehoeksconstructie zijn ze erg stevig. Dit is wel nodig als je er een groot gewicht van lampen e.d aan wilt hangen. Trussen worden in de meeste theaters gebruikt, omdat dit een goed en stevig systeem is, ook is het makkelijker te verplaatsen.

 

Gewoon “grid”:

een constructie van stevige ijzeren buizen die met bouten aan het plafond zijn bevestigd. Die buizen vormen vaak een vierkant of een rechthoek, ze zitten aan elkaar met een vierhoekskoppeling (een ijzer vierkant die om die twee buizen heen zit en waar die buizen mee aan elkaar gehouden worden).


 

 

Trekkers:

Er is ook een systeem dat officieel geen grid heet maar wel hetzelfde doel heeft, dit zijn “trekkers”. Dit zijn heel veel afzonderlijke palen aan touwen aan het plafond, die ook afzonderlijk omhoog en omlaag kunnen. Ook hier kunnen lampen e.d aan gehangen worden. De touwen waaraan ze hangen komen in de coulisses allemaal bij elkaar. In de coulisses kun je dus regelen of één van de palen naar beneden of naar boven gaat. De trekkers werken als een soort weegschaal, als men een decorstuk van 50 kilo aan de trek wil hangen, dan moet er aan de andere kant van het touw ook 50 kilo hangen. De gewichten aan de andere kant van het touw worden ook wel kluiten genoemd. Doordat allebei de kanten ongeveer even zwaar zijn, heb je relatief weinig kracht nodig om het decorstuk van hoog naar laag of andersom te bewegen. Aan de trekkers kunnen dus ook andere dingen opgehangen worden, zoals doeken of andere attributen. Hierbij heb je verschillende systemen en takels om de attributen naar boven of naar beneden te halen. Takels zijn er in uitvoeringen met kabels of kettingen en met de hand of met een motor.
Een motorbediende trekker is in een theater wat praktischerr omdat één persoon de trekkers dan kan bedienen. Maar een motor heeft ook weer een groot nadeel, het maakt vaak veel geluid.